Jet van der Loos (Brugwachter Westerkeer)

‘De westelijke doorvaart, waar de Westerkeer aan ligt, is de drukste route door Amsterdam en loopt tot aan de Nieuwe Meer’

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

Jet van der Loos is sinds 1994 brug- en sluiswachter. Sinds 2002 werkt ze in Amsterdam. Geregeld wacht zij op de Westerkeer, het groene huisje op de brug tussen de Van Diemenstraat en de Tasmanstraat. In het huisje zit altijd een koppel brugwachters. Er kan ook havengeld betaald worden.

 

‘Amsterdam heeft niet meer zoveel bewegende bruggen en sluizen als vroeger. Vroeger had je overal grachtjes en kanaaltjes; alles ging per schip. Nu zijn er zo’n beweegbare objecten – of kunstwerken zoals wij ze noemen, maar door de stadsuitbreiding neemt dat aantal weer toe. Als brugwachter rouleer je door heel Amsterdam.’

 

De Westerkeer Foto: © Robert Lagendijk

De Westerkeer Foto: © Robert Lagendijk1

‘In 1960 is de Tasmanbrug gesloopt. Deze lag een stukje verderop en sloot aan op de Nova Zemblastraat. De Westerkeer was aanvankelijk een schutsluisje in het Westerkanaal. Na de sloop van het schutsluisje werd de Westerkeer een grote brug. Er zit nog altijd een keersluis onder de brug.’

 

‘Lange tijd lag de Bonte Zwaan, de Schippersbeurs, naast de Westerkeer. De beurs was in het leven geroepen om vrachten evenredig te verdelen tussen schippers met een vervoersvergunning. Zo hadden zij allemaal inkomsten. Maar er zat ook een sociale kant aan de beurs. Schippers die vaak alleen zijn, konden elkaar hier ontmoeten. Verder zat er een bank in het beurskantoor maar ook een crèche. De schippersvrouwen gingen vanuit de beurs vaak gezamenlijk boodschappen doen. In 1998 werd de beurs vanwege nieuwe Europese richtlijnen opgeheven. De vrije markt moest zijn werk gaan doen. De Bonte Zwaan ligt nog altijd in de Houthavens.’

 

‘Vroeger had je alleen ophaalbruggen en die waren allemaal van hout. De tweede generatie bruggen is van ijzer gemaakt. Dat was natuurlijk veel steviger en minder onderhoudsgevoelig. Dat bleek ook niet ideaal. Een paar ophaalbruggen tussen de Westelijke Eilanden zijn nieuwe kopieën van hout. Maar de onderkant van de brug is met staal versterkt.’

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

‘Tegenwoordig heeft niet elke brug een eigen brugwachter. Als je op de Willemspoort bij de Haarlemmerpoort werkt, fiets je altijd ook door weer en wind met met de schepen mee naar de Kattensloot. Dat is een bekend heen-en-weer ritje. Je gaat dan eigenlijk steeds de achtervolging in. Soms gebruik ik dan een snorfiets. In het weekeinde is het rustiger want dan is er minder vrachtvaart. Ook schippers hebben namelijk gewoon een weekeinde.’

 

‘Wij gebruiken ander namen dan op de bruggen staan. De Willemspoort heet eigenlijk Willemsbrug. Dat staat er ook op. Maar anders raken wij in de war omdat de brug aan het einde van de Willemsstraat ook Willemsbrug heet.’

 

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

‘De verhouding tussen pleziervaartschepen en vrachtschepen verandert snel. Elke crisis heeft enorme gevolgen voor het vrachtverkeer. Toen ik hier begon hadden we altijd schepen vol veevoer dat naar Woerden gingen. Die fabriek is failliet gegaan door de ziektes die de kop opstaken in de veeteelt. Dan stopt dat vervoer meteen. Na de bouwfraude nam het aantal zand- en grindschepen snel af. En door de economische crisis is dat niet meer op gang gekomen. Tegenwoordig is er nog een beetje zand- en grindvervoer. Verder hebben we nog geregeld een schip vol houtsnippers voor de papierindustrie. Het aantal pleziervaartuigen neemt daarentegen gestaag toe. Ik vraag mij wel eens af waarom het pleziervaart heet. Als de mensen die er op zitten twee minuten op de brug moeten wachten, kijken ze meteen enorm chagrijnig.’

 

‘Een loze wip is een bruggendraai die eigenlijk alleen voor de onderhoudstechnici wordt gedaan. Er is geen schip, maar toch gaat de brug open. Ik geef geregeld rondleidingen voor schoolklassen hier in de buurt en laat dan ook zien hoe een brug open en dicht gaat. De bewoners hebben dus nog wel eens last van mij met al dat loze wippen.’

 

‘Tegenwoordig zijn er wel opleidingen tot brugwachter. Mijn oudere collega’s komen nog van de Sluis,- Brug,- en Havengelddienst, een onderdeel van de Belastingdienst. Later werd dat Binnenwaterbeheer Amsterdam, BBA, maar sinds 2011 zijn we bij Waternet ondergebracht. Mijn oudere collega’s kwamen vaak nog echt van de vaart en werden met een taal- en rekentestje brugwachter.’

 

‘Vroeger betaalden schepen in Amsterdam ook het bruggeld via een klomp die aan een stok hing. Tegenwoordig betalen de schepen nog steeds. Na gaat dat via internet of SMS. Het kan ook nog steeds bij ons aan het loket, maar dat zal in 2016 veranderen. Schepen betalen nu 0,0295 cent per ton. De meeste schepen die bij ons voorbij komen zijn zo’n 700 ton. Je kunt per doorvaart, per week, per kwartaal maar ook per jaar betalen. De pleziervaart betaalt liggeld per strekkende meter, maar binnenkort gaat er per vierkante meter betaald worden.’

 

‘De westelijke doorvaart, waar de Westerkeer aan ligt, is de drukste route door Amsterdam en loopt tot aan de Nieuwe Meer. We zien bij de vrachtschepen veel Kempenaartjes en veel Spitsjes voorbij komen. Dortmunders zijn te groot voor de stad. ’s Nachts draaien we de staande mastroute, dan varen alle zeilbootjes die hun mast niet kunnen laten zakken in colonne door de stad. We hebben ’s nachts ook wel eens bijzondere transporten via de Kostverlorenvaartroute. Het varieert van uitelkaar gehaalde vliegtuigen tot enorme graansilo’s. We doen dat ’s nachts omdat de spoorbruggen dan open moeten en daar is het overdag te druk voor op het spoor. We regelen zo’n transport dan samen met ProRail. Zij geven dan ’s nachts – meestal rond een uur of een, toestemming om de spoorbrug te mogen draaien. Hier bij het Haarlemmerplein ligt alleen een spoorbrug. Aan de andere kant van de stad, bij de Nieuwe Meer, ligt er naast het spoor ook nog een metrobrug en twee snelwegbruggen. Alles moet daar dan op elkaar worden afgestemd. Dat gebeurt telefonisch. Uiteindelijk moet alles op een moment goed samenvallen. De drie afzonderlijke spoorbruggen bij het Haarlemmerplein worden bediend vanuit de groene brugpost op de Westerkeer. Daar staan schermen met camerabeelden en is het bedieningspaneel. Er staat nog geen stroom op de spoorbrug, tot wij toestemming van ProRail hebben.’

 

‘Vroeger zat je nooit alleen op de brug. Toen hadden bruggen nog vaak hekken in plaats van slagbomen. Die hekken moesten met de hand open en dicht gemaakt worden. Slagbomen kwamen pas in de jaren dertig, veertig van de vorige eeuw. Toen waren ze nog mooi grachten groen. Pas nadat er veel ongelukken plaatsvonden, werden ze rood/wit geschilderd.’

 

‘Het is belangrijk om als brugwachter een goede hobby te hebben. Dit werk is hollen of stilstaan. Soms is het erg druk, soms erg rustig. Het komt wel eens voor dat je bijna niks te doen hebt tijdens een nachtdienst. Maar er moet altijd iemand zitten omdat er altijd wel een schip kan komen. Sommige collega’s gaan vissen. Anderen lezen.’

 

‘Als brugwachter heb ik geleerd dat menselijk gedrag totaal onvoorspelbaar is. De meest nuchtere persoon kan toch vervelend worden als je de brug open doet voor hun neus. Als  ze onder invloed zijn van drank of drugs, kunnen ze ronduit agressief worden. Toen ik in Amsterdam begon met werken lagen er nog wel eens stukken ijzer bij de buitenbakken naast de bruggen. Ik vroeg aan mijn baas: waarvoor is dat? “Daar kun je je mee verdedigen.” Ik vond dat een slecht plan. Ik los zaken liever op met een snedige opmerking.’

 

‘Mensen hebben altijd het gevoel dat zij altijd de klos zijn als de brug open gaat. Ze duiken dan op het laatste moment nog onder de slagboom door, soms met fiets aan de hand en kind achterop. Terwijl je in Amsterdam meestal een gesloten brug op een paar honderd meter afstand hebt.’

 

‘De Westerkeer is – vanwege de drukte op de weg, doordeweeks altijd dicht tussen 7.00 uur en 9.00 uur en tussen 16.00 en 18.00 uur. In het weekeind is de brug altijd dicht tussen 6.00 uur en 10.00 uur en tussen 18.00 uur en 22.00 uur.’

 

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

Jet van der Loos Foto: © Robert Lagendijk

‘Het is niet goed om een brug die pas half open is weer dicht te doen, bijvoorbeeld omdat de brandweer of een ziekenauto eraan komt. Veel bruggen moeten echt een hele cyclus afmaken voordat hij weer dicht kan. Het risico dat er anders een storing optreedt is groot. Maar ik heb wel meegemaakt dat ik de brug net open maakte toen er een brandweerwagen kwam. Die mensen worden dan erg kwaad, maar je kunt er echt niets aan doen. Wel krijgen wij wel eens verzoeken van de politie om de brug uit veiligheidsoverwegingen dicht te houden als er een belangrijk persoon op bezoek komt. Maar we krijgen geen verzoek om de brug open te zetten als er een overvaller onderweg is naar een bepaalde brug.’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *