Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898

‘We werken nu met ongeveer tien man in de zaak. Het is nu veel drukker dan vroeger en in het hele gebied is ook veel meer reuring dan vroeger.’

 

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

Na de aanleg van de Oude Houthaven in 1873, bleek deze in 1878 al te klein. En dus kwam er een Houthaven bij. En omdat het gebied maar bleef groeien, kwam er nog een uitbreiding. De Houthavens beslaan uiteindelijk 90 hectare, waarvan 30 hectare land. Bert Kempes heeft vijftig jaar van zijn leven in het hout gezeten. Hij gaat binnenkort met pensioen en werkte altijd voor De Amsterdamsche Fijnhout. Hij kent de geschiedenis van het gebied goed. Vroeger was niet alles beter, zegt hij. ‘Het was zwaar werk. Alles moest met de hand, nu heb je heftrucks.’ Aanvankelijk huisde het bedrijf aan de Bloemgracht, maar omdat het steeds lastiger werd om daar te parkeren, verkaste Fijnhout in de jaren 60 naar de Houthavens, volgens Kempes een gebied waar je niet kwam als je er niets te zoeken had.  

 

‘In 1945 werden de oude insteekhavens langs de Tasmanstraat gedempt. Na de Tweede Wereldoorlog werd het hele gebied afgesloten. Bij het hek aan de Tasmanstraat. zaten in een gebouwtje twee hellebaardiers, een soort politieagenten. Het hele gebied was eigenlijk een eiland. Waar de Danzigerbocht op de Danzigerkade uitkomt, was een brug met daarnaast de paalhaven. Jongens speelden vaak op de palen die in het water lagen, echt levensgevaarlijk. Die dennenpalen werden als heipalen gebruikt. Pas in de jaren zeventig werden betonnen heipalen gebruikt.’

 

Supermarkt Kasteel Robert Lagendijk-5606

‘Omdat je via het water wel overal eenvoudig met bootjes kon komen, was het een gebied dat goed beveiligd moest worden. Er werd veel gestolen. De hellebaardiers maakten elke avond ter controle een ronde. Overal in het gebied hingen prikklokken. Die tijdklokken hingen er zodat er vanuit het kantoor kon worden bijgehouden of de rondes wel werden gelopen.’

 

‘Er waren eigenlijk alleen maar houthandels. Verder was er een enkele aannemerij,  een zagerij en naast Fijnhout zat nog een pijpenboer. Waar nu ons kantoor staat, was vroeger een koffiehuis. Hier aan de Minervahaven, werden de zeeschepen gelost. Die zaten vol vurenhout uit Scandinavië. Dat werd toen nog met de hand gedaan. Voordat ze aan de slag gingen, werd er eerst nog koffie gedronken bij Ome Jan. Het lossen werd gedaan door oudere mannen, tussen de vijftig en vijfenzestig jaar. Het waren stuk voor stuk flinke zuipschuiten met trillende handen. Dan gingen ze even bij Ome Jan een paar neutjes drinken en dan ging het wel weer.’

 

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

‘Tegenwoordig wordt het meeste hout aangevoerd via de havens van Rotterdam, Antwerpen en Hamburg. Vervolgens komt het hout met vrachtwagens naar de Houthavens. Hier in de Minervahaven liggen nu voornamelijk binnenvaartschepen die worden gebruikt door Cargill voor het vervoer en opslag van tapioca, een basisproduct voor veevoer. De grote houtschepen komen hier niet meer.’

 

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

‘Hoe meer andere houthandels failliet gingen, hoe drukker wij het kregen. Bontekoning en Aukes – met een geschiedenis van 275 jaar, is uiteindelijk helemaal opgeknipt en failliet gegaan. Ambagtsheer & Van der Meulen was enorm en zat tegen de Tasmanstraat aan. Zij deden in vurenhout en hardhout. Maatschappij De Fijnhouthandel zat op de Nieuwe Hemweg, waar nu de Gamma is. Dat hele gebied was eigenlijk een grote houthandel en het bedrijf had zelfs eigen bos in Suriname. Ze verkochten wel zestig, zeventig soorten hout vanuit alle hoeken van de wereld. Jammer genoeg bestaat ook de Maatschappij De Fijnhouthandel tegenwoordig niet meer. Het oude witte gebouw op de hoek bij het begin van de Transformatorweg is nog het oude kantoor van De Fijnhout. Dat is het enige zichtbare uit die tijd.’

 

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

‘De oprichter van De Amsterdamsche Fijnhouthandel, Jacobus Brugman, is begonnen als meubelmaker in de Jordaan en heeft zijn activiteiten in de loop van de tijd uitgebreid met de handel in hout. Het is nu een echt familiebedrijf waar inmiddels vier generaties aan hebben gebouwd. Ik was het eerste personeelslid van de zaak maar ga binnenkort met pensioen. Ik wil twee dagen per week blijven werken, maar dan moet eerst het contract ontbonden worden. Er is alleen een probleem; ik heb helemaal geen contract. Vroeger zei je gewoon: kom maar bij mij werken.’

 

‘We werken nu met ongeveer tien man in de zaak. Het is nu veel drukker dan vroeger en in het hele gebied is ook veel meer reuring dan vroeger. Vroeger was de bedrijvigheid vooral aan de voorkant bij de Tasmanstraat. Daar reden veel heftrucks. Er vloog er zelfs wel eens een in het water.’

 

‘Vroeger was de crisis groter dan nu en veel mensen werkten gedwongen voor een koppelbaas. Als er een schip kwam wat gelost moest worden, werd dat in Het Koffiehuis op de hoek Spaarndammerstraat en Tasmanstraat geregeld. Mannen zaten daar te wachten tot er een klus binnenkwam. Daar werden ze ook betaald.’

 

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898 © Robert Lagendijk

‘Vroeger viel het eigenlijk nog wel mee met de criminaliteit in de houthavens. Later, in de jaren tachtig en negentig werd er veel drugs gebruikt en werd het een afwerkplek. Daar voor had Fijnhout een houten hek dat nog geen twee meter hoog, inmiddels staat er een groot hek met een alarminstallatie. Toch zitten hier – in tegenstelling tot andere bedrijventerreinen – eigenlijk nooit louche bedrijfjes.’

 

1 reactie op “Bert Kempes, De Amsterdamsche Fijnhout anno 1898

  1. Hallo Bert,

    Leuke site!
    Ik ben Fijnhoutklant en houtfreak Henk Bakker.
    Ik vraag me af of het jaartal 1898 onder de foto’s wel klopt…

    Groeten,
    Henk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *