Martin Melchers (Ecoloog)

‘Ik ben dus van mening dat de rietgroei in de Houthavens versterkt moet worden en dat de het water niet te diep mag zijn aan de kanten’

Houthaven lezing Robert Lagendijk-48822013

Martin Melchers ©Robert Lagendijk

Martin Melchers, stadsecoloog in ruste, is nog altijd ecoloog van Havenbedrijf Amsterdam. Amsterdam heeft zo ongeveer de beste stedelijke natuur ter wereld. ‘Dat doet de natuur natuurlijk helemaal zelf. Als stadsecoloog kun je wel voorwaarden scheppen voor soortenrijkdom.’ Zijn bevindingen publiceert hij in boekvorm. Ooit was hij sterk tegen de aanleg van IJburg, maar inmiddels heeft ook de ecologie van dat nieuwe stuk Amsterdam een plek op de boekenplank gekregen. Naast de acht boeken die inmiddels zijn verschenen, maakt hij ook documentaires waarvan Haring in ’t IJ, samen met Merel Westrik, wel de meest bekende is.

 

‘De Houthavens is een uniek gebied. We hebben in Amsterdam grote groene stroken – scheggen; de Brettenscheg, het Twiske, de Waterlandscheg, de Zaanse scheg, de Spaarnwoude scheg, de Sloterscheg, het Amsterdamse Bos, de Amstelscheg en de Diemerscheg. Je kunt vanuit Amsterdam heel snel op de fiets de stad uitrijden. Je hoeft alleen maar het Westerpark in te fietsen om kans te maken op een ontmoeting met een vos, een blauwborst of een rugstreeppad. Er zitten slechtvalken in de schoorsteen van het Afval Energie Bedrijf. De natuur wordt er niet slechter op in Amsterdam. Dat komt vooral door de ligging; op een kruispunt van verschillende biotopen. We hebben Waterland met de klei- en veengronden en de oude Zuiderzee, waar het water van zout in zoet is veranderd. In het IJ komen zoet, zout en brak water voor.’

 

‘Ik heb ooit de natuur rond de Haparandadam geïnventariseerd. Vooral waar wrakken liggen en riet groeit, komt veel vis voor, omdat ze zich daar goed kunnen voortplanten. Daar broeden ook veel vogels. Ik ben dus van mening dat de rietgroei in de Houthavens versterkt moet worden en dat de het water niet te diep mag zijn aan die kanten. Dat maakt het ook leuk om er eens heen te lopen. Het hele gebied is eigenlijk een stuk oeroud Amsterdam. Je vindt er karekieten, rietgorzen en bosrietzangers. En dat op een steenworpafstand van het Centraal Station.’

 

‘Dankzij de groene corridor die de Van Diemenstraat is, wonen er dwergvleermuizen aan het IJ. Ze komen van de grachten af. Plantenvlotjes in het water trekken futen, wilde eenden, meerkoeten en vlinders aan. Maar eronder ook zoetwatergarnalen en schelpen. In het diepe deel van de Houthavens zitten zeevissen: kabeljauw, tong en haring. In het ondiepe deel zitten snoeken en snoekbaarzen.’

 

‘Er is sinds een paar jaar een nieuwe schelp in de Houthavens. Deze had eigenlijk helemaal geen naam. Nu heet deze de Amerikaanse brakwater strandschelp. Hij komt oorspronkelijk voor aan de Amerikaanse oostkust. Schepen nemen daar ballastwater in en als ze hier zijn, spuiten ze het water er met schelpen en al weer uit.’

 

Martin Melchers ©Robert Lagendijk

Martin Melchers ©Robert Lagendijk

‘De grote regenslak, tegenwoordig de grote clausilia komt voor op de Haparandadam. Hoe ze er komen is nog een raadsel. Waarschijnlijk kwamen ze mee met de schepen die de stenen brachten om de dam te bouwen. Oorspronkelijk kwam deze slak alleen voor bij Halfweg en Assendelft, precies waar vroeger de oude oever van het IJ was.’

 

‘Op de groene strekdam aan het eind van de Haparandadam komt de havenpissebed voor. In de Noorder IJplas vind je ook de brakwaterpissebed. Dat is prima aas om baars te vangen. Het zijn enorme pissebedden en ze zijn zeldzaam. Ze houden juist van brak water en komen richting IJmuiden steeds meer voor, tot het water te zout wordt.’

 

‘De driehoeksmossel komt veel voor in de Singelgracht. Dat water komt via de Houtmankade in de Houthavens terecht. Je ziet dan ook verschillende mosselsoorten in de Houthavens. In het midden van de Houthaven is het water nog altijd vijftien meter diep. Daar is het water echt nog zout. West van de Haparandadam is het water zouter dan aan de andere kant er van. Hoe dichter bij het Centraal Station, hoe zoeter. Maar kleine zeebaarsjes komen zelfs voor in de monding van de Oude Houthaven, naast de Houtmankade.’

 

‘Ook bij de planten in de Houthaven zie je veel adventieven, exotische planten die ineens opduiken. Voordat het Westerdok werd volgebouwd, kwamen er enorm veel plantensoorten voor. Die waren meegelift met de grote schepen die naar de graansilo kwamen.’

 

‘Het Stenen Hoofd en de aangrenzende Westerdoksdijk zijn niet meer zo soortenrijk als voorheen door de gebiedsinrichting. Het was een zogeheten ruderaal terrein: een biotoop waar puin en stenen zijn gestort. Dat puin bevat veel voedingsstoffen, met name stikstof. Het staat er nu nog wel vol met steenbreekvaren, schubvaren en muurvaren. Het is de grootste bloeiplaats van Nederland voor schubvaren. We hebben voorgesteld om van het Stenen Hoofd een verticaal natuurmonument te maken. De schubvaren heeft zich op het Stenen Hoofd enorm kunnen uitbreiden. In de jaren 80 stond er nog maar een plantje, inmiddels staat er een hele groep. Verder is  het niet een heel interessant plantengebied. Iets verder in het havengebied groeien wel meteen de orchideeën in het wild.’

 

‘Overjarige grassen vormen de normale vegetatie van dit gebied. Achter de Haparandadam, langs de oevers van het IJ komen veldmuizen in enorme aantallen voor. Je ziet er ook veel bosmuizen. Daardoor komt ook de torenvalk in het gebied voor. Maar je ziet er ook wezels. Wezels komen pas als er genoeg dekking is: overjarige grassen en rietkragen. En er moeten natuurlijk genoeg muizen zijn.’

 

‘Er zitten hier rond de Houthavens ook veel vossen. Toen de fabrieken op de Danzigerkade verdwenen, bleken overal vossen te zitten. In het Westerpark komen ook rekels, mannetjes vossen, voor. Die hebben niet een heel groot gebied om te jagen nodig. Het krioelt daar van de konijnen. Het zijn er zoveel dat de vossen niet in staat zijn om de konijnenstand te beïnvloeden. Er moet zelfs bijgeschoten worden. Anders ondermijnen konijnen met hun gegraaf de spoordijk.’

 

‘In het havengebied zie je veel schiereilandjes en lange landtongen. Huiskatten die er komen, blijven er hangen vanwege de enorme hoeveelheid konijnen waar ze van leven. Die katten verwilderen snel. Soms zitten ze voor een konijnenhol en blijven daar tot alles en iedereen is uitgeroeid. ‘

 

Allemaal rond het biljart tijdens de Oude Houthaven Lezing van Martin Melchers ©Robert Lagendijk

Allemaal rond het biljart tijdens de Oude Houthaven Lezing van Martin Melchers ©Robert Lagendijk

‘De Amerikaanse blauwe zwemkrab is groot, van punt tot punt zo’n vijftien centimeter. Het is de grootste krab in het gebied. Ook dit is een exoot. Vaak wordt gedacht dat je hem daarom moet bestrijden. Het is een soepele krab, die jou van twee kanten kan grijpen. Alleen deze soort redt het niet: er is nauwelijks voortplanting. Hij heeft geen ecologische niche bezet en legt het dan ook vooral af tegen de Chinese wolhandkrab.’

 

‘Er zitten kapitale snoeken in de Houthaven. Soms vangen we ze in een net op de Pontsteiger. Ze kunnen langer dan een meter zijn. Dat betekent dat het water heel erg goed is. Gooi zand op de eerste paar meter naast de Haparandadam en ze zullen nog makkelijker broeden. Nu zie je de dunlipharders al bij het REM-eiland rondzwemmen, omdat daar wel zand is opgespoten naast de dam. Hang er ook nog een paar lampen boven en maak in een restaurant een mooi onderwatervenster waardoor de Amsterdammers al die wonderen van het IJ kunnen zien!’

 

‘Snoekbaars zit overal in de Houthavens. Je hoeft maar een touwtje in het water te gooien. Grote porties gaan naar Parijs en Duitsland. Wilde snoekbaars is een delicatesse.’

 

‘In het diepe deel van de Houthavens, naast de Haparandadam, vind je veel haring. Soms zwemmen grote groepen door naar de Oranjesluizen en komen zo zelfs in Diemen terecht. Net als de zeehond die daar ineens in 2011 zwom. Ook zeehonden komen eerst langs de Houthavens.’

 

‘De Houthaven ligt in de delta van de Rijn. Via het Amsterdam-Rijn kanaal is er een verbinding met de Rijn en dus ook met de Donau. Sluizen zijn prima passages voor vissen. De Donau komt weer uit op de Zwarte Zee en die staat weer in contact met de Kaspische Zee. De zwartbekgrondel komt uit de Kaspische Zee. Je hoeft nu maar een hengel uit je raam bij de Houthavens te gooien om er een te vangen. Hij is inmiddels zeven jaar aanwezig en er zijn er miljoenen van. Hij heeft zich prima aangepast en draait mee in de ecologie. Hij wordt gegeten door alen en snoekbaarzen en verdringt de rivierdonderpadden, een inheemse soort.’

 

‘Een paar jaar geleden was er bijna een calamiteit: we hadden een noordwesterstorm en een enorme hoeveelheid water werd aangevoerd vanaf de Rijn en de Maas. Ze konden al dat water niet kwijt. Bij eb stond het water buiten de sluizen hoger dan binnen. Het hele IJsselmeer stond stukken hoger, terwijl de gemalen continu stampten. Deze ramp in de dop is nooit in het nieuws gekomen. Maar in feite is Amsterdam het afvoerputje van West-Europa.’

 

‘Meerkoeten kwamen pas na de oorlog in de stad. Ze gingen op de vlonders van de woonboten staan, omdat er geen rietkragen in de stad waren. Ze gebruiken nog altijd graag plankjes of stukken piepschuim, omdat ze niet tegen de kades op komen. Vaak mislukt hun eerste legsel omdat de algengroei op de wanden nog op gang moet komen na de winter.’

 

‘Waterhoentjes leven verborgen in de rietkragen. Ze doen het op het ogenblik niet zo goed. Futen hebben een piek gekend, maar nemen in aantal af. Kievieten vind je bij de Shell-toren in Noord en bij het 4e Gymnasium. De Kleine Plevier broedt op het veldje naast de Spaarndammerdijk. Zijn zelfs twee jongen uitgevlogen, wat heel bijzonder is.

 

‘Er zit een visdiefkolonie in de havens. Dat zou ook in de Houthavens kunnen, maar dan moet je de juiste vegetatie op de daken van de huizen aanbieden. Je kunt groene daken maken.’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *